In 40 dagen een leven 

van geluk en transformatie

DAG 17 

 Welkom op dag 17 

Goedemorgen lieve mensen☀

Yes! Vandaag beginnen we aan een nieuw hoofdstuk. Dat vind ik altijd heel interessant en leuk, me verdiepen in een hoofdstuk! Hopelijk jij ook! 

Luister of lees hoofdstuk 5 'De toestand van aanwezig zijn' .

 Laten we meteen beginnen met een oefening.

Oefening #dag 17 

Sluit je ogen. Vraag jezelf het volgende: 'Ik vraag me af wat mijn volgende gedachte zal zijn.' Wees alert en wacht op die volgende gedachte.

Als de oefening goed lukt, dan zal je verbaasd staan van hoelang je die alerte houding kan volhouden. Je bevindt je comfortabel in het Nu.

EXTRA Oefening 1 🧡:

Kom je deze week in een situatie terecht waarin je moet/mag wachten, herhaal dan de eerste oefening. Wees je bewust van jezelf. Neem jezelf waar. Probeer jezelf stevig in het Nu te plaatsen en geniet ervan.

EXTRA Oefening 2 🧡:

Het kan helpen als je voor deze oefening een wandeling gaat maken in de natuur of even de tijd neemt om in een park op een bank te gaan zitten. Wees aanwezig in het moment. Als je een vogel hoort, luister er dan naar, zonder na te denken, te oordelen, hypotheses te maken, enz. Alleen maar luisteren. Zijn er geen vogels? Geniet dan van een bloem, een spelende hond, de zonsopgang of -ondergang, enz.

EXTRA Oefening 3 🧡:

Buiten al het uiterlijk schoon is er ook een veel diepere, veel fundamentelere, zeg maar heilige kern van schoonheid. Als je schoonheid ziet, dan zal je merken dat deze kern eveneens steeds zichtbaar is. Ze is er als jij aanwezig bent om ernaar te kijken. Zou deze innerlijke schoonheid hetzelfde kunnen zijn als jouw aanwezigheid? Is de kern er ook wanneer jij er zelf niet bent? Probeer dit voor jezelf te ontdekken.


.

Inspirerend  Verhaal Dag 17

De oude grootvader en zijn kleinzoon

Er was eens een stokoude man; zijn ogen waren troebel geworden, zijn oren doof, en zijn knieën knikten. Als hij aan tafel zat en zijn lepel nauwelijks kon vasthouden, morste hij de soep op het tafellaken en hij liet ook weer wat uit zijn mond lopen. Zijn zoon en diens vrouw gruwden daarvan en daarom moest de oude grootvader tenslotte in de hoek achter de kachel gaan zitten, en ze gaven het eten in een aarden schotel en bovendien niet eens genoeg; dan keek hij bedroefd naar de tafel en zijn ogen werden vochtig. Tenslotte konden zijn bevende handen het schoteltje niet meer vasthouden, het viel op de grond en brak.


De jonge vrouw werd boos, maar zij zei niets en zuchtte alleen maar. Toen kocht ze voor hem een houten bakje voor een paar stuivers en daar moest hij uit eten. Terwijl ze zo bij elkaar zitten, zien ze dat het kleinzoontje van vier jaar kleine plankjes bij elkaar raapt. "Wat doe je daar?" vraagt de vader. "Ik ga een houten bakje maken," antwoordde het kind, "daar moeten vader en moeder uit eten als ik groot ben." Man en vrouw keken elkaar een poos aan en begonnen beiden te huilen. Meteen haalden zij de oude grootvader weer aan tafel en lieten hem voortaan altijd meeëten en zeiden niets als hij een beetje morste.